> Home
> Over Zeemans
Jacobus Zeemans

Jacobus (Jacob) Zeemans stamt uit een Bredase familie.
Hij werd gedoopt op 8 maart 1665 en samen met zijn broer Thomas waren zij de muzikanten van de familie.   Over hun jeugd is weinig bekend. Thomas werkte aanvankelijk als bakkersknecht en Jacob werkte zich op tot organist en onderwijzer.
Mogelijk gebruikte hij hierdoor bij meer officiële gelegenheden de naam "Jacobus" in plaats van zijn roepnaam Jacob.
Jacobus Zeemans werd op 26 december 1681 op 16 jarige leeftijd aangesteld als organist in Princenhage tegen een salaris van 75 gulden per jaar.
Vier jaar later beschikte hij over een door hemzelf vervaardigd orgel en bleek hij vertrouwd te zijn met torenuurwerken en klokken.
Waarschijnlijk was Hendrich Metzker de leermeester van Jacobus Zeemans, maar of dit werkelijk zo was is niet aangetoond.
Wel was Jacob op 16 december 1685, toen hij in het huwelijk trad, nog organist in Princenhage. Hij vertrok naar Roosendaal waar zijn bruid Cornelia van Rotterdam vandaan kwam.
Haar vader was een invloedrijke protestant, mogelijk is Zeemans via hem in 1686 organist geworden van de protestante gemeente in Roosendaal.
Zeemans is al vóór 1697 weer vertrokken uit Roosendaal. Drie kinderen van hem werden namelijk in Roosendaal gedoopt, de vierde in de Grote Kerk te Breda op 30 november 1692.
Vóór 1686 en ná 1699 was er geen organist of orgel in de Hervormde Kerk te Roosendaal waaruit blijkt dat Zeemans zijn eigen orgel had meegebracht.
Als orgelmaker trad hij niet officieel op, hooguit als hulp van Metzker.
Toch moet hij zich op een goed niveau hebben ontwikkeld tot organist en orgelmaker want hij kon in 1693 de blind geworden organist van de Grote Kerk te Breda opvolgen.
Uit het bestek van 1699 voor het orgel te Etten valt op te maken dat Zeemans zelf had besloten om naar Breda terug te keren. De laatst bekende gegevens van Metzker in Breda vallen ongeveer samen met de komst van Zeemans.
Het is dus mogelijk dat Jacobus de orgelmakerij geleidelijk van Meztker heeft overgenomen.
In 1688 was vader Goris overleden en de 3 kinderen erfden elk een huis in de Halstraat te Breda. Jacob nam het kleinste huis met een bijbetaling van 400 gulden van de beide anderen.
In deze tijd leende Jacob voortdurend geld. In 1689 verkocht hij samen met zijn broer Thomas een huis, vermoedelijk dat van hun overleden zuster Geertruyt.
Na zijn benoeming tot organist van de Grote Kerk tegen een salaris van 100 gulden per jaar bleef Jacob voortdurend geld lenen.
In 1693 nam hij de betrekking als schoolmeester aan "op de Beek", het huidige Prinsenbeek. Het feit dat Zeemans dit deed doet vermoeden dat hij niet in eerste instantie dacht aan een carrière als orgelmaker.
In 1700 werd hij vervolgens aangesteld tot klokkensteller van de Grote Kerk en verdiende hij diverse bedragen met allerlei verschillende werkzaamheden aan orgels.
De 5 kinderen van Jacob Zeemans en Cornelia van Rotterdam overleden binnen korte tijd, gevolgd door Cornelia zelf op 7 maart 1696.
Enkele maanden later trouwde Jacob opnieuw met Dirkje Labory met wie hij 7 kinderen kreeg. Twee daarvan stierven jong.
In het begin van 1700 had de organist dus nogal wat kinderen te onderhouden. Het salaris als organist en klokkensteller was daarvoor onvoldoende.
Natuurlijk zal Zeemans daarnaast muzieklessen gegeven hebben maar het aanpakken van werk als orgelmaker kan vanuit geldnood ontstaan zijn.
In 1704 kocht Zeemans een wat deftiger huis in wat nu de Ridderstraat heet waar hij voorgoed ging wonen.
Hij leende daarvoor 800 gulden, de helft van de koopsom. De verkoop van zijn andere huis leverde 1000 gulden op waardoor het vermoeden bestaat dat Zeemans geen geld achter de hand had, temeer daar de lening uit 1704 nooit is afbetaald.

Over zijn eerste activiteiten als orgelmaker vinden we pas iets in het bestek van het orgel voor de Hervormde Kerk te Etten uit 1699. Dit orgel is tijdens de verhuizing naar Breda rond 1691 "bijna gemaeckt" en dat betekent dat dit orgel in aanleg mogelijk al van rond 1685 was.
Het orgel stond 13 jaar in de kerk te Roosendaal en bleef eigendom van Zeemans.
Pas in 1699 vond Zeemans een koper voor zijn orgel. Op 19 juni 1699 maakte hij een contract op met het dorpsbestuur Etten om het instrument over te brengen naar de Hervormde Kerk en aan die ruimte aan te passen.

Zeemans mag beschikken over de restanten van een orgeltje uit Sprundel en zal een aangehangen pedaal van 12 tonen vervaardigen. Ook zal Zeemans de timmerman, schrijnwerker en smid betalen alsmede het vergulden van het snijwerk.
Dit alles voor 750 gulden, 500 bij oplevering en 50 in elk volgend jaar als Zeemans het orgel komt onderhouden.
Opvallend is dat de aankoopprijs voor een orgel met deze dispositie te laag was, het lijkt wel of Zeemans blij was dat hij zijn renteloze bezit te gelde kon maken.
De Fransen maakten in 1793 korte metten met het orgel en de restanten bleven tot 1814 staan.

In 1706 en 1707 maakte Zeemans een orgel voor Zevenbergen. In 1708 herstelde en vervolmaakte Zeemans het orgel in de oude kerk in Ginneken.
Vanaf 1711 werkte hij aan het grootste werk, het orgel van de Grote Kerk te Breda. Voor maximaal 2000 gulden zou het orgel verplaatst en vergroot mogen worden. Dat zou al eerder gebeuren maar doordat in 1694 de toren afbrandde bleven die plannen liggen.
Op 5 april 1712 haalde Zeemans een grote hoeveelheid lood voor dit orgel. Omdat het werk in Breda zo goedkoop mogelijk moest werden veel onderdelen uit het oude orgel weer gebruikt.
Op dit moment is er niets meer van Zeemans bewaard gebleven in het huidige orgel van de Grote Kerk.
In 1716 besloot het dorpsbestuur om op verzoek van de kerkeraad van Leur te gaan onderhandelen met Zeemans over een orgel. Uit drie ontwerpen werd het tweede gekozen voor een bedrag van 1200 gulden.
Uiteindelijk beliepen de totale kosten van dit orgel 3782 gulden, het uiterlijk kostte het dubbele van het inwendige.
Zeemans is daarnaast actief bij het maken van andere orgels en ook van klokkenspelen.
Hij kreeg opnieuw met tegenslagen te maken na het overlijden van zijn beide zonen Adriaan en Gregorius die hem geregeld hielpen bij zijn werk als orgelmaker. Drie dagen na het overlijden van Gregorius overleed de tweede vrouw van Zeemans, Dirkje Labory.
Zijn drie dochters waren getrouwd en zo woonde de organist in een leeg huis.  Hij trouwde weldra opnieuw op 3 november 1727 met Dorothea Degen.
Maar de tegenslag hield aan want op 18 januari 1730 stierf zijn dochter Anna op 30-jarige leeftijd.
Ondanks dit alles bleef Zeemans actief als musicus en als orgel- en uurwerkmaker en nam hij zelfs tot op 70-jarige leeftijd opdrachten aan.
Op 13 oktober 1744 overleed Jacobus Zeemans. Hij werd in de Grote Kerk begraven bij de ingang van het zuidertransept. Over zijn erfenis ontstonden nogal wat problemen, aan contanten liet de organist 150 gulden na.
Als laatste van zijn kinderen overleed Jacoba Zeemans op 14 juni 1748. Zijn derde vrouw Dorothea leefde tot 6 juli 1762.

bron: Sieur Jacobus Zeemans, Frans Jespers, Stichting Heemkundekring "Jan uten Houte".